De actualiteit van de kerststal

Een rund herkent zijn meester en een ezel kent zijn voederbak (Jesaja 1: 3)

Hoe komen toch de os en de ezel in de kerststal? Zo zou je je kunnen afvragen.

Ze worden nergens genoemd in het Bijbelverhaal. Als je het kerstevangelie van Lucas leest vind je daar de herders die naar Bethlehem gaan. Ze vinden het kind liggend in een voederbak. Zo was het hen door de engelen gezegd. Lucas geeft veel aandacht aan de voederbak. Waarmee duidelijk wordt dat het kind niet vorstelijk geboren wordt, zelfs de herberg of het nachtverblijf van de stad is niet zijn plaats. Meteen bij zijn geboorte is al duidelijk: dit verhaal gaat niet over rijkdom en wereldlijke macht. Dat zet de kerk nog steeds apart van de rijken en de machthebbers van deze wereld. Kerk en rijkdom gaan slecht samen. Daarom met kerst: deel ruimhartig uit. Niet te benauwd.

Er staat ook nergens dat de herders in een stal komen. Je zou kunnen concluderen: waar een voederbak is, daar zal ook wel een stal zijn. Dat hoeft niet natuurlijk. De oudste teksten (al uit de 2e eeuw, de apologeet Justinus) veronderstellen dat Jezus in een spelonk, een grot geboren is. In Bethlehem kon men die grot ook aanwijzen, de geboortekerk is waarschijnlijk op die plaats gebouwd. De grot had net als de voederbak een diepere betekenis: een grot is verborgen in, of zelfs onder de aarde. De betekenis: Christus daalt uit de hoogste hemel tot in de diepste ellende af. Zijn geboorte toont zo al zijn levensweg en vooral zijn levenseinde. Hij is als de minste van de mensen. Volgens een oude legende is de voederbak gemaakt van het hout van dezelfde boom waarvan ook het kruis is gemaakt.

Nu over de voederbak zelf. Die komt al voor bij de profeet Jesaja. Een os herkent zijn meester en een ezel zijn voederbak. Zelfs de dieren kennen hun meester, maar zo vervolgt de profeet, jullie niet. Zo verschijnen al op oude afbeeldingen een os en een ezel bij de geboorte van Jezus. Ze zijn een waarschuwing aan ons: zij herkennen hun meester, herkennen wij Hem ook?

Bij, of in de Gudulakerk — heb ik me laten vertellen — stond vroeger een levende kerststal. Ik zou die graag weer terug willen. Maar dan graag met een ezel, want dan kunnen wij ons bedenken: Zelfs een ezel kent zijn voederbak, kennen wij onze Heer?

Paul Wansink

 

Schrijf uw naam personen