Berichten van onze kerk


  • Diensten

    Zondag 1 november 2026 10.00 uur Witte Kerk P. Wansink, Oogstdienst

    Klik HIER voor de liturgie; de Zondagsbrief wordt per mail verzonden.

    Klik HIER om de uitzending thuis te volgen

    Als u van plan bent te kijken, leg dan uw liedboek klaar, zodat u kunt meezingen.

    Klik HIER voor samenspraak online


    Jongeren voor Kaapstad
    Volgend jaar februari gaan wij, jongeren uit de Protestantse Gemeenten van Lochem en Dordrecht, op diaconaal kamp naar Kaapstad. Deze reis is in samenwerking met Stichting Mzamomhle (Zamom) tot stand gekomen. Deze stichting ondersteunt lokale initiatieven voor kwalitatief goede kinderdagverblijven in townships rondom Kaapstad.

    Het project
    Voor velen uit Nederland zijn goede kinderdagverblijven vanzelfsprekend, maar in de townships zijn er te weinig om alle kinderen op te vangen. Dit maakt het voor ouders lastiger om te gaan werken, geld te verdienen en daardoor een toekomst op te kunnen bouwen. Stichting Mzamomle begeleidt de townships bij de organisatie en de bouw van de verblijven en na een tijdje kan het kinderdagverblijf zelfstandig verder. Het is dan goed georganiseerd en kan financieel zelf rondkomen. Voor meer informatie over de stichting: https://zamom.nl.

    Dit jaar komen nog meerdere acties waarmee u deze mooie kinderdagverblijven kunt steunen.

    Wilt u doneren? Heel graag!
    U kunt de QR-code scannen of het bedrag overmaken naar deze rekening:
    TG Dienen Prot Gem. Lochem
    IBAN: NL63 RABO 0373740018
    Onder vermelding van: Bouwreis Afrika 2027

    Alvast bedankt namens ons en het project!


     

    De nieuwe Samenspraak is uit klik hier !

    Actie Kerkbalans: 

    KerkBalans-Flyer-2026

    ZWO Folder 2026

    Uw bijdrage voor kerkbalans is welkom op bankrekening NL29 RABO 0373 7115 30
    t.n.v. Protestantse Gemeente Lochem o.v.v. Actie Kerkbalans 2025.
    Heel veel dank!
    Kerkenraad en kerkrentmeesters van de
    Protestantse Gemeente Lochem

    Vespers 2026

    Lees verder

  • Een stad die op een berg ligt kan niet verborgen blijven (Mattheüs 5,15)

    Toen we net in Lochem waren maakte ik nog weleens de fout om te zeggen dat ik naar het dorp ging, als ik vanuit Zwiep naar Lochem fietste. Onjuist: Lochem is een stad. In onze Nederlandse geschiedenis heeft dat te maken met stadsrechten uit het verre verleden. Zo kan het bijvoorbeeld dat Den Haag in formele zin geen stad is.
    Apeldoorn ook niet, mijn familie komt daar vandaan; ik kan u zeggen, Apeldoorn is inderdaad een dorp.

    Toen ik in Lochem predikant werd kwam ik uit Dordrecht, Hollands oudste stad, met recht een stad. En ja dan is Lochem net iets anders. Ik haast mij om te zeggen dat ik met veel liefde in Lochem, zelfs in Zwiep woon, maar Lochem en omgeving hebben iets minder stadse problematiek dan de Randstad. Ik hoef u dat niet uit te leggen vermoed ik.

    In het Bijbelgedeelte boven dit stukje maakt Jezus gebruik van het beeld van een stad. Ongetwijfeld een stadje naar onze ideeën. Vast nog kleiner dan Lochem. Wel is dat stadje gebouwd op een berg. Bovenop de Lochemse berg een aantal huizen, geen bomen eromheen. Dan zie je zo’n stadje van verre. Mijn fantasie ziet de Gudulakerk al schitteren in de zon. Het beeld van Jezus is helder, zo’n stad zie je van verre. En hij gebruikt dat beeld voor de geloofsgemeenschap. Een gelovige gemeenschap zie je overdrachtelijk al van verre. Ik vind het een intrigerend beeld. Een stad als beeld voor de kerkgemeenschap. Een stad zien wij vooral als een divers en bont geheel van groepen mensen. Allemaal hebben ze hun eigen belangen. En momenteel verschillen die belangen nogal eens. Dat is de reden dat nogal wat Achterhoekers niet zo’n positief beeld hebben bij ‘de stad’. Maar als zo’n stad nu eens een echte gemeenschap zou zijn, waar mensen naar elkaar omkijken, waar de succesvolle mannen en vrouwen oog hebben voor hen die het minder gaat. Waar degene met een laag zelfbeeld wordt omarmd door de ander die vertrouwen geeft. Dan is zo’n stad een levende gemeenschap en een beeld voor de kerk. Want de kerk is ook zo’n diverse groep mensen met allerlei talenten en gaven, met allerlei aarzelingen en beperkingen, met één verschil, een kerk heeft een gezamenlijke bron van geloof, hoop en liefde, Jezus Christus. Als we als PG-Lochem nu eens zo’n stad zouden kunnen zijn: een levende gemeenschap vol van Christus. Dan straalt ons licht vanaf de berg, dan kunnen we niet verborgen blijven. Nu bedoel ik niet dat de kerk dan opeens vol zit elke zondag, want daar gaat het beeld van Jezus helemaal niet over. Ik bedoel dat onze stadsgenoten weten dat er een kerkelijke gemeente is vol geloof, hoop en liefde. Kijk nog maar eens naar onze Lochemse berg, kijk naar ons stadje en bedenk dat beeld van Jezus: een stad op een berg kan niet verborgen blijven.

    Paul Wansink

    Lees verder

  • Aan de gelovigen die als vreemdelingen verspreid leven…

    (eigen vertaling van 1 Petrus 1)

    Het komend jaar hebben we het in onze gemeente over vreemdelingschap. De aftrap van dat thema was op de startzondag in de Gudulakerk (helaas konden we vanwege het weer niet buiten bij de Boekhorst samenkomen). Een groep jongeren uit Lochem en Dordrecht gaf de dienst kleur. Als vervolg op een korte preek hebben we in groepen met elkaar gesproken over vreemdeling zijn. De jongeren waren bewust verspreid over de groepen. Dat leverde ook een gesprek op door de generaties. Het ging onder andere over de vraag of we ons zelf konden verplaatsen in hoe het is om vreemdeling te zijn. Concreter: of je je weleens vreemdeling hebt gevoeld. Naar ik begreep leverde dat juist door de gesprekken tussen jong en oud echte ontmoetingen op. Een aantal jongeren zei later: onderling praten we eigenlijk helemaal niet vaak over dit soort dingen. Tja, wanneer is een mens een vreemdeling en wanneer ben je ergens echt thuis. De Bijbel is vol van dat thema en maakt aan de ene kant duidelijk dat wij geroepen zijn om de vreemdeling gastvrij in ons midden op te nemen en aan de andere kant dat wij zelf als gelovigen in zekere zin altijd vreemdelingen blijven. In de Bijbel geeft vooral de eerste brief van Petrus aan dat laatste veel aandacht. Een volgeling van Jezus Christus is tot op zekere hoogte een vreemdeling. Dat was lange tijd minder merkbaar in ons ‘christelijke’ Europa, maar dat is aan het verschuiven.

    Als ik de opmerkingen lees die opgeschreven zijn op de vellen van de startzondag, dan bespeur ik daar een gevoel van vreemdelingschap. Je bent vreemdeling als je de taal niet kent, de cultuur, het land, maar ook als je buitengesloten bent uit de groep, als je onbegrepen bent en zelfs door je geloof kan dat.

    De opdracht is dan duidelijk: elkaar werkelijk ontmoeten, luisteren naar de ander. De brief van Petrus gaat er uitgebreid op in: door onze manier van leven kunnen we als volgelingen van Jezus een voorbeeld stellen. Zo kunnen we vijandschap overwinnen. Een vreemdeling kan je de ogen openen voor de eigenheden van je cultuur, ook voor de ‘zwakke’ plekken van die cultuur. Ik heb van vreemdelingen vaak een onvoorstelbare gastvrijheid geleerd, ook dat ’tijd’ een soort dwangmatig begrip is in onze cultuur. De kunst lijkt mij om altijd een beetje vreemdeling te blijven en tegelijk daardoor de ander werkelijk te zien als een mens geschapen naar Gods beeld. Ik hoop op een prachtig jaarthema.

    Paul Wansink

    Lees verder

  • Maria, bron van hoop

    In die tijd was Jezus aan het spreken tot de menigte, toen een vrouw uit de menigte haar stem verhief en tegen hem zei: Zalig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan gij hebt gezogen. (Lucas 11 , 27-28)

    Velen van u zullen de ervaring herkennen vermoed ik: Met vakantie in Frankrijk, of een ander zuidelijk land, zijn op een dag in augustus (om precies te zijn 15 augustus) plotseling winkels en musea dicht. Als Protestant begrijp je niet waarom. Langzaam dringt tot je door: o ja Mariahemelvaart. In Rooms-Katholieke landen een grote feestdag. In de Protestantse traditie is Maria langzaamaan wat meer naar de achtergrond verdwenen. Dat was eerst bij Luther veel minder het geval. In 2021 schreef de Protestantse hoogleraar Arnold Huijgen en boek over Maria met de mooie titel: Maria, icoon van genade. Het boek werd een groot succes en Huijgen was in dat jaar ook bij ons in Dordrecht. lk kan het boek nog steeds aanraden. Het is in zekere zin een pleidooi voor een herwaardering van Maria in onze kerken.

    De betekenis van Maria is in de Bijbel groot. Ze is een voorbeeld van geloof. Immers zij vertrouwt de woorden van de engel, zij bewaart de woorden rond de geboorte van Jezus in haar hart en zij zingt een groot loflied, nog voor de geboorte van haar kind. Zij is de moeder van Jezus. Al in de 2e eeuw schrijft de kerkvader Irenaeus vol liefde over haar. Voor hem en in navolging van hem de hele vroege kerk is de betekenis van Maria mede dat via haar en in haar God zich verbindt aan ons mensen. Iets theologischer gezegd het wonder van de incarnatie, dat God mens wordt is gewaarborgd in Maria. Juist de menselijkheid van onze God is vanouds gekoppeld aan Maria. Dat maakt haar tot een bijzondere vrouw, een bron van hoop.

    Ik blijf het mooi vinden dat een vrouw de eerste gelovige is. Theologie was eeuwenlang een mannenaangelegenheid. De verering voor Maria laat zien dat de gelovigen altijd al beter wisten. Juist zij is in haar vertrouwen een voorbeeld. In onze door enorme mannelijke ego’s beheerste wereld lijkt me dat uiterst belangrijk. In de Gudulakerk hebben we een Mariakapel waar bezoekers een kaarsje kunnen branden en gebeden kunnen opschrijven. Doe dat eens. In alle stilte. Spiegel u aan Maria de moeder Gods.

    Paul Wansink

    Lees verder