Berichten van onze kerk


  • 40 dagen op weg naar Pasen

    Gods schepping die voor ons gesloten bleef, ontsluit Gij weer, Gij opent onze harten (lied 556)

    lk schrijf dit terwijl het nieuwe jaar nog maar net begonnen is en toch is dit een Samenspraak waarin de eerste zondagen van de 40-dagentijd alweer vermeld worden. lk vind het altijd lastig als Pasen vroeg valt, want dan spring je zo van Kerst naar Pasen. Maar hoewel mijn hoofd er nog niet naar staat, toch maar een enkel woord bij de voorbereidingstijd voor Pasen, die we tegenwoordig aanduiden als ‘de 40-dagentijd’. Dat is op zich al een signaal.

    Vroeger waren we daar in de Protestantse traditie veel minder mee bezig. We spraken over de lijdenstijd, maar ik kan me uit mijn jeugd daar niet bar veel van herinneren. Door de toegenomen aandacht voor de oecumene en de Katholieke traditie is dat veranderd. lk ervaar dat als ‘winst! lk heb de 40 dagen voor Pasen steeds meer leren kennen als een tijd van bezinning, van inkeer en zelfs van vasten. Dat vasten doen veel Protestanten (zeker ook jongeren) steeds meer. Geen alcohol, minder lekkere dingen, maar ook alternatief vasten: minder telefoon, minder auto, minder afspraken; Zo af en toe gezamenlijk een sobere maaltijd in de kerk. lk ben nieuw hier, wie weet wat er allemaal al gebeurt. Wat ik nog mis is een dienst op Aswoensdag. Dan beginnen de 40 dagen (de zondagen tellen niet mee) en zo kom je dan via zes zondagen uit op Pasen. Een korte avonddienst op Aswoensdag is een mooi gebruik. Centraal staat het askruisje dat je ontvangt en je bewust maakt — ook lijfelijk- van je eigen kwetsbaarheid. Het kerkenraadslid dat vorig jaar de beroepsbrief bij ons in Dordrecht kwam brengen deed dat op Aswoensdag. Hij heeft meteen de dienst mee kunnen maken. Volgens mij was hij wel positief. Voor volgend jaar lijkt me het een goed voornemen.

    Uiteindelijk is belangrijker waar het om gaat in die 40 dagen van bezinning. Dat vind ik prachtig verwoord in het lied waarvan ik hierboven een klein gedeelte heb weergegeven: 556. Een lied van Willem Barnard. Het is een lied over Christus die zijn weg gaat op weg naar Jeruzalem. Uit alles blijkt dat Hij dat niet zomaar doet, maar dat Hij in de lijn gaat van de profeten, in de lijn van Gods grote weg door de geschiedenis. Wij tasten naar het geheim van die weg. Gods schepping is voor ons bij vlagen gesloten. Maar deze ene mens ontsluit die weg en opent zo onze harten. lk word er stil van.

    Paul Wansink

    Lees verder

  • Vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft (Lukas 2,14)

    De maand december is voor een predikant de maand die in het teken staat van Kerst.
    lk hou van kerst. Mijn moeder maakte er altijd een groot feest van. Al op de 4 adventszondagen vertelde ze elke middag een adventsverhaal en op de beide kerstdagen werd dat herhaald. Bovendien stond ze dan ’s morgens vroeg op om de rest van de familie en de vaak aanwezige gasten zingend en met een kaarsje ontbijt op bed te brengen. Als kind hielp ik daar graag bij. lk heb het ook in mijn eigen gezin nog een tijd volgehouden, inclusief het verhaal.

    Je zou kunnen zeggen: dat zijn nostalgische herinneringen. Dat is waar, overigens kunnen ook nostalgische herinneringen de moeite waard zijn. Maar nu we in zulke gure tijden leven zijn deze jeugdherinneringen misschien meer dan nostalgie. lk vermoed dat ik de ‘gure tijden’ niet hoef uit te leggen. Steeds merk ik bij mensen thuis hoe u geraakt bent door de oorlog in de Oekraïne, de strijd in Israël en de Gazastrook, hoe u zich zorgen maakt over opkomend antisemitisme ook in ons land en hoe u nadenkt over de toekomst van ons land. Hoe moet dat toch als we zo tegenover elkaar staan? Dat alles bedoel ik met ‘gure tijden’.

    In dat licht zijn de kinderherinneringen aan mijn zingende moeder niet alleen nostalgie. De kersttraditie bij ons thuis stond ergens voor. Waar het voor stond is misschien nog het best te vangen in die oude uitdrukking uit het Lukasevangelie: vrede op aarde. De woorden van de Engelen, woorden uit de Hemel. Dat is niet toevallig. Het gaat om Gods werkelijkheid, zijn droom voor deze wereld. Vrede betekent in de eerste plaats dat er geen oorlog meer is. Dat zou wat waard zijn pfff! Maar vrede is ook liefdevolle omgang van mensen met elkaar, de polarisatie voorbij, Vrede is ook een open huis voor vreemdeling en vluchteling, ik kan het niet anders maken. Vrede voor de mensen, God heeft ons immers lief.

    lk hoop dat u rond kerst met uw geliefden de kans hebt om te zingen, om bij kaarslicht in elkaars ogen te kijken. Misschien is er zelfs wel iemand die een verhaal vertelt van zorg, van aandacht van compassie. Misschien zelfs dat God onder ons kwam in een stal. En dat we dat dan uitdragen de wereld in, want o wat hebben we dat nodig.

    Paul Wansink

    Lees verder

  • Heer herinner u de namen van hen die gestorven zijn (lied 730)

    De dienst in november waarin stil gestaan wordt bij hen die ons voorgingen in het leven en die gestorven zijn vind ik één van de indrukwekkendste diensten van het jaar. We worden als mensen bepaald bij de sterfelijkheid van het leven, ook ons eigen leven. We denken aan geliefden en je voelt je eigen kwetsbaarheid.

    Maar dat is niet het enige. Want we ‘weten’ nog iets meer. In de kerk leven we met een belofte op de nabijheid van de Eeuwige God die blijft. Zijn licht dooft niet en we mogen ons geborgen weten in leven en in sterven in Gods liefdevolle hand. Dat is niet goed te bevatten en als mens begin je dan te stotteren. Maar waar woorden soms moeilijk vallen is er muziek, is er het licht van kaarsen, is er zoveel dat ons wijst op het grote geheim van Gods verborgen weg met ons.

    In de Protestantse kerken is de afgelopen decennia de gewoonte ontstaan om op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, dus voor advent, eeuwigheidszondag te vieren. In de kerk worden de namen genoemd van overledenen, we steken kaarsen voor hen aan. Er is gelegenheid om op allerlei manieren terug te denken, maar ook om bemoedigd en getroost te worden. We bidden tot God dat Hij zich de namen van onze geliefden herinnert en ze thuisbrengt. Het gaat in de dienst niet om vaste zekerheden of steile dogma’s, maar om vertrouwen, om bemoediging, inderdaad om Gods licht dat niet dooft.

    De laatste jaren zien we in de samenleving en ook in Lochem dat er rond 1 november steeds meer aandacht komt voor onze gestorvenen. Dat heeft te maken met de Katholieke traditie van het kerkelijk jaar waarin op 1 november Allerheiligen en op 2 november Allerzielen wordt gevierd, In Lochem wordt op 29 oktober op de begraafplaats een gedachtenisbijeenkomst gehouden: ‘levende namen’. In aansluiting aan die ontwikkelingen zou het misschien wel mooi zijn als we als kerk volgend jaar de eeuwigheidszondag verplaatsen naar de zondag die dicht in de buurt valt van Allerheiligen/Allerzielen; een mooi oecumenisch gebaar ook.

    Tegelijk onderstreep ik graag dat we in de kerk een waardevolle viering hebben, al jaren. En dat u allen van harte welkom bent op 26 november in de Gudulakerk. Wij bidden dan zingend tot onze God dat Hij zich de namen herinnert van hen die gestorven zijn, dat Hij ze thuisbrengt. In het besef dat we mogen delen in zijn liefde.

    Paul Wansink

    Lees verder